Huisarts voorstander opsporen hart- en vaatziekten

hart en vaatziekten; nivel; hartstichting; huisartsen; huisartsenpraktijk; bloeddrukmeting; eigen verantwoordelijkheid; gezondheid; stimuleren gezond gedrag; overheid

Selectieve screening van hart- en vaatziekten kan plaatsvinden in de huisartsenpraktijk, maar dan moeten huisartsen daar wel voldoende tijd en middelen voor krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Nivel onder 118 huisartsen, in opdracht van de Hartstichting.

Huisartsen staan ook positief ten opzichte van bloeddrukmeting buiten de huisartsenpraktijk, mits dit kwalitatief goed gebeurt en er goede adviezen worden gegeven over de vervolgprocedure.

De Hartstichting wil samen met onder meer huisartsen optrekken om vroege opsporing en preventie mogelijk te maken. Het Nivel vroeg huisartsen wat hun eigen rol is in actieve opsporing van patiënten met een hoog risico, wat hun mening is ten aanzien van selectieve preventie en wat hun behoeften aan ondersteuning zijn.

Ruim 60% van de huisartsen bepaalt soms het risico op hart- en vaatziekten van patiënten wanneer zij voor een andere klacht op consult komen, of roept patiënten actief op om dit risico te komen bepalen. Daarbij nemen de huisartsen de leeftijd, lichamelijke activiteit, familiegeschiedenis en roken mee en bepalen ze de bloeddruk en het cholesterolgehalte. Daarentegen geeft bijna 40% van de huisartsen aan geen specifieke activiteit te ondernemen om een verhoogd risico op hart- en vaatziekten op te sporen.

80% van de respondenten vindt selectieve preventie nuttig. Ook vindt 63% dat selectieve preventie door de huisarts zich alleen moet richten op patiënten bij wie ze reeds een hoog risico vermoeden.

Verder staan de meeste huisartsen positief tegenover initiatieven van de Hartstichting om bloeddruk te meten buiten de huisartsenpraktijk. Vrijwel alle aan het onderzoek deelnemende huisartsen zijn van mening dat patiënten in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid, en dat ook de overheid een belangrijke taak heeft in het stimuleren van gezond gedrag.

Bron: Pharmaceutisch weekblad, 11 juni 2019

Meer nieuws

Deel dit artikel op: